Werkend, maar toch arm: de stille crisis op de arbeidsmarkt
Wie werkt, zou rond moeten kunnen komen. Toch is dat voor een groeiende groep Nederlanders niet vanzelfsprekend. Bijna de helft van de mensen die in armoede leven, heeft gewoon een baan. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Een confronterende realiteit: werk is geen automatische garantie meer voor financiële zekerheid.
Te weinig uren, te weinig zekerheid
De oorzaken zijn divers. De kosten van levensonderhoud stijgen al jaren sneller dan veel lonen. Huurprijzen rijzen de pan uit, energie en boodschappen blijven duur. Tegelijkertijd bieden flexibele contracten weinig zekerheid. Vooral mensen met tijdelijke contracten, seizoenswerk of kleine deeltijdbanen lopen risico. Ook zelfstandigen kunnen na een slecht jaar onder de armoedegrens belanden.
Opvallend is dat het probleem vaak niet zit in het uurloon, maar in het aantal gewerkte uren. Wie meer uren kan maken, kan vaak uit de armoede komen. Maar dat is niet voor iedereen haalbaar. Zorg voor kinderen, studie of gezondheidsproblemen beperken de mogelijkheden. Bovendien maken werkende armen relatief weinig gebruik van toeslagen en inkomensregelingen, terwijl ze daar wel recht op hebben. Onbekendheid, complexiteit of angst voor terugvorderingen spelen daarbij een rol.
Onzichtbare armoede
Wat deze vorm van armoede extra schrijnend maakt, is de onzichtbaarheid. Werkenden trekken minder snel aan de bel. Schaamte en het gevoel dat je het “zelf moet oplossen” zorgen ervoor dat betalingsachterstanden, stress en gezondheidsklachten lang verborgen blijven. Ondertussen groeit de mentale druk.
De maatschappelijke gevolgen zijn aanzienlijk. Financiële onzekerheid beïnvloedt welzijn, productiviteit en uiteindelijk ook de economie. Werk zou moeten lonen, niet alleen in theorie, maar ook aan het einde van de maand.
Meer dan alleen loon
Volgens werkgeversvereniging Algemene Werkgeversvereniging Nederland ligt de oplossing niet uitsluitend in het verhogen van het minimumloon. Dat kan brede effecten hebben op loonkosten en werkgelegenheid. De kern ligt volgens hen vooral in het wegnemen van belemmeringen om meer uren te werken en ervoor te zorgen dat extra werken ook daadwerkelijk meer oplevert.
Dat vraagt om een bredere aanpak: betaalbare huisvesting, stabielere contracten, toegankelijke schuldhulp en eenvoudiger toeslagen. Want hoewel ruim 98 procent van de werkenden boven de armoedegrens zit, blijft er een kwetsbare groep over voor wie werk alleen niet genoeg is.
Een sterke economie draait niet alleen om groei en cijfers, maar om mensen die vooruit kunnen. Werkend arm zijn mag geen nieuwe norm worden!

