Steeds minder Nederlanders wisselen van baan

In het tweede kwartaal van dit jaar maakte 3,8 procent van de werkenden de overstap naar een andere baan. Ter vergelijking: drie jaar geleden lag dat percentage nog op 4,7 procent. Omgerekend betekent dat een daling van 358.000 naar 305.000 baanwisselaars.

Volgens het CBS is de afname in lijn met een eerder signaal van werkgeversvereniging AWVN. In juni concludeerde die al dat de ‘mobiliteit op de arbeidsmarkt’ al een tijdje aan het teruglopen is. De cijfers van het CBS bevestigen die trend nu officieel.

Minder krapte, minder beweging

Een belangrijke factor is de veranderde situatie op de arbeidsmarkt. In 2022 was de krapte – het tekort aan personeel – op zijn hoogtepunt. Sindsdien is de spanning op de arbeidsmarkt iets afgenomen. Dat zorgt er mede voor dat mensen minder snel de sprong wagen naar een andere baan.

De grootste terugval in baanwissels is te zien bij mensen die nog maar kort in dienst zijn. Normaal gesproken zijn nieuwe medewerkers relatief mobiel, maar ook zij blijken tegenwoordig honkvaster.

Commerciële beroepen blijven opvallend stabiel

Vooral in commerciële functies, zoals verkoop, is het aantal overstappers sterk afgenomen. Ook administratief personeel – denk aan receptionisten – en chauffeurs zijn minder snel geneigd om van baan te veranderen. Toch blijven dit nog steeds sectoren waarin relatief vaak gewisseld wordt, benadrukt het CBS.

De minst beweeglijke beroepsgroep? Managers. Zij blijven het vaakst langdurig bij dezelfde werkgever.

Economische onzekerheid speelt mee

AWVN wees eerder al op economische onzekerheid als een belangrijke reden voor deze ontwikkeling. Wereldwijde spanningen, zoals de handelsoorlogen die tijdens het presidentschap van Donald Trump ontstonden, zorgen ervoor dat werknemers meer zekerheid zoeken en minder snel risico’s nemen. Een nieuwe baan voelt in zo’n klimaat toch als een sprong in het diepe.

  • *
Geplaatst op
21-08-2025