Bovenwettelijke vakantiedagen

 

Dit informatieve stuk geeft een overzicht van veel gestelde vragen met betrekking tot bovenwettelijke vakantiedagen. Hieronder vind je een samenvatting van de belangrijkste punten:

 

Intrekken van vakantiedagen: Zowel wettelijke als bovenwettelijke vakantiedagen mogen niet worden ingetrokken. Werknemers hebben recht op het aantal dagen zoals vastgesteld in hun contract of de cao.

 

Aantal vakantiedagen: Werknemers hebben wettelijk recht op 4 keer het aantal uren dat ze per week werken. Extra vakantiedagen boven dit minimum worden bepaald in overleg met het personeel of volgens de cao.

 

Vervaldatum bovenwettelijke vakantiedagen: Bovenwettelijke vakantiedagen vervallen na vijf jaar, terwijl wettelijke vakantiedagen al na zes maanden kunnen vervallen.

 

Ziekte en vakantiedagen: De opbouw van wettelijke vakantiedagen bij ziekte is wettelijk geregeld, maar voor bovenwettelijke vakantiedagen moeten aparte afspraken worden gemaakt.

 

Ziektedagen als vakantiedagen aanmerken: Het is mogelijk om ziektedagen als bovenwettelijke vakantiedagen te beschouwen, mits hierover afspraken zijn gemaakt bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst of tijdens ziekteverzuim.

 

Uitbetaling van bovenwettelijke vakantiedagen: Werknemers kunnen niet verplicht worden bovenwettelijke vakantiedagen uit te laten betalen, maar ze kunnen wel een verzoek indienen om deze dagen om te zetten in geld.

 

Horeca-cao en bovenwettelijke vakantiedagen: De horeca-cao van Koninklijke Horeca Nederland bepaalt dat werknemers recht hebben op 5 bovenwettelijke vakantiedagen per jaar, volgens een specifieke berekening.

 

Werknemers kunnen van verschillende verlofregelingen gebruiken. Sommige verlofregelingen zijn in de wet geregeld: wettelijk verlof. Niet wettelijk verlof (buitengewoon of bijzonder verlof) staat in de cao, de arbeidsovereenkomst of in het bedrijfsreglement. Je kunt ook individuele afspraken maken met uw werknemer over verlof.

Wettelijke verlofregelingen:

  • zwangerschapsverlof en bevallingsverlof
  • geboorteverlof (kraamverlof, partnerverlof)
  • ouderschapsverlof
  • adoptieverlof of pleegzorgverlof
  • kortdurend en langdurend zorgverlof
  • calamiteitenverlof en kort verzuimverlof

Het opnemen van verlofuren moet door de medewerker aangevraagd worden bij de werkgever. Deze moet de aanvraag in principe goedkeuren, tenzij door zwaarwegend bedrijfsbelang opname van het verlof niet mogelijk is. Zwaarwegend bedrijfsbelang betekent dat het grote problemen oplevert voor de bedrijfsvoering, als een medewerker met verlof gaat. Pas dan mag het aangevraagde verlof worden geweigerd. Als werkgever moet je dan binnen twee weken schriftelijk bezwaar maken op de aanvraag anders is het verlof automatisch goedgekeurd. Het wettelijk verlof moet je in elk geval ieder jaar kunnen opnemen, dus weigert een werkgever eenmaal, dan moet de medewerker later dat jaar wel de mogelijkheid tot het opnemen van zijn verlofuren krijgen. 

 

 

 

 

  • *
Geplaatst op
15-02-2024